Nieuws

Nieuwe liquidatiereserve-regels in 2026? Instaclause is er nu al op voorzien

Het systeem van de liquidatiereserve is een interessante manier om winst uit een vennootschap fiscaal voordelig uit te keren. Maar vanaf 2026 veranderen de regels: kortere wachttermijnen, hogere tarieven en een overgangsregeling voor bestaande reserves. In dit artikel lees je hoe de liquidatiereserve vandaag werkt en wat er wijzigt. Instaclause in nu al voorzien op de overgangsregel. Helemaal up o date met de nieuwste regels.

Een liquidatiereserve is een fiscale spaarpot die een vennootschap kan aanleggen met (een deel van) de behaalde winst na afsluiting van het boekjaar. Deze reserve wordt vastgezet voor een bepaalde termijn en kan nadien worden uitgekeerd tegen een verlaagd tarief van roerende voorheffing. Het systeem maakt het mogelijk om als aandeelhouder te genieten van een fiscaal voordeel bij winstuitkeringen.

De wachtperiode start op de laatste dag van het boekjaar waarin de liquidatiereserve wordt aangelegd, met andere woorden de balansdatum. Tot voor kort moest de reserve minstens vijf volle boekjaren behouden blijven om te kunnen genieten van het gunsttarief van 5% roerende voorheffing. Bij een vervroegde uitkering gold een tarief van 20%. Let wel: bij de aanleg wordt steeds een anticipatieve heffing van 10% aangerekend.

  • Aanleg: vooraf 10% heffing
  • Uitkering na 5 jaar: 5% roerende voorheffing
  • Uitkering vóór 5 jaar: 20% roerende voorheffing

Dit gunstregime zorgde ervoor dat ondernemers die voldoende geduld hadden, een aantrekkelijk fiscaal voordeel konden realiseren.

Vanaf het boekjaar 2026 verandert de regeling. De wachttermijn wordt verkort van vijf naar drie jaar, maar het voordelige tarief van 5% verdwijnt. Voortaan geldt een tarief van 6,5% roerende voorheffing voor uitkeringen na drie jaar.

Een vervroegde uitkering binnen die drie jaar wordt zwaarder belast: niet langer 20%, maar 30%. De wetgever stemt dit nieuwe systeem af op het bestaande VVPR-bis regime. Voordeel is wel dat aandeelhouders sneller toegang krijgen tot hun middelen, al is de belastingdruk iets hoger.

Voor liquidatiereserves die aangelegd zijn voor of tijdens het inkomstenjaar 2025, geldt een overgangsregeling. Je klanten hebben de keuze:

  • ofwel uitkeren na drie jaar tegen 6,5%
  • ofwel wachten tot vijf jaar en genieten van het lagere tarief van 5%

Dit betekent dat reserves die vandaag al minstens drie volle boekjaren bestaan, nu al vervroegd kunnen worden uitgekeerd aan 6,5%.

Heeft je klant geen dringende nood om middelen uit de vennootschap te halen? Dan kan het vaak voordeliger zijn de liquidatiereserve nog wat langer te laten staan, zodat je maximaal profiteert van het lagere belastingtarief.

Ook in het vooruitzicht van een vereffening kan het interessant zijn om de gelden in de vennootschap te behouden: bij liquidatie is er immers helemaal geen roerende voorheffing meer verschuldigd.

Via Instaclause kan je bovendien eenvoudig de verslaggeving van de bijzondere algemene vergadering opmaken als je toch beslist om een vervroegde uitkering te doen. Zo wordt de uitbetaling van een tussentijds dividend correct en efficiënt geregeld.